Het huis als warmtebron
Een acht meter hoge betonnen schoorsteen vormt het middelpunt van het huis. Ook de vloeren en wanden zijn van beton. Beton heeft een accumulerend vermogen; het slaat warmte tijdelijk op en geeft deze langzaam af, waardoor de temperatuur in het huis vrijwel constant is.
De vloer- en wandverwarming zijn aangesloten op een warmtepomp. Sixta’s vader ontwierp daarbij nog warmtewisselaars: een soort spiralen die warmte naar de warmtepomp overbrengen. Ze zijn met de 26 heipalen meegeslagen in de grond. De grondtemperatuur schommelt altijd rond de tien graden. Zo hoeft de warmtepomp minder hard te werken om op dezelfde temperatuur te blijven. In de zomer kun je het huis ermee koelen, in de winter warm je het ermee op.
Dan staat er ook nog een indrukwekkende warmteopslagtank van 3000 liter in de kelder die de warmtepomp een boost geeft. Via koperen spiralen wordt de warmte uit douchewater, wasmachine, vaatwasser en de schoorsteen hierin opgeslagen. Een soort grote versie van de uitvinding van DeWarmte.
Al hoeven Sixta en Jermaine maar weinig te stoken, het huis is dankzij de goede isolatie met de sandwichpanelen en driedubbel glas al op temperatuur. Sixta: ‘Ik zet wel eens kaarsen in de haard, dan gebeurt daar toch iets.’
De ramen blijven over het algemeen dicht, verse lucht van buiten wordt aangevoerd door ventilatiekanalen die onder de vloer door lopen, zelf ontwikkeld door Sixta’s vader. ‘Als het zo warm is dat iedereen zijn airco aandoet, is het hier ‘s zomers nog heerlijk koel.’