Aan de rand van Rotterdam ligt de tiny-house-community ‘De Kleine Burg’. Elf huishoudens leven hier in elf huisjes bíjna zelfvoorzienend tussen het groen. Jasmine Groenendijk (journalist) en Bart Maat (fotograaf) gingen op de koffie bij Berdi, een van de bewoners van een tiny house.

Nog geen vijf minuten van de snelweg af, of we belanden al in een oase van groen. De wereld van verkeer en stenen lijkt ineens ver weg; hier tjilpen vogels en lijken de grote treurwilgen ons al wuivend te verwelkomen. Bij de poort komen we de eerste residentie al tegen: een wormenhotel van bijna twee meter hoog waarin wormen (etend en poepend) groente- en fruitresten tot compost verwerken. Ze zijn waarschijnlijk net aan hun feestmaal begonnen, want bewoner Berdi Christiaanse (57) staat er met haar lege gft-bakje naast. Samen met haar dochter Elze (18) woont ze in één van de elf tiny houses die speels tussen al het groen staan verspreid.

Een proeflocatie voor tiny houses

“Vroeger waren hier moestuintjes”, vertelt Berdi, terwijl ze ons voorgaat naar haar houten tiny house. “Hier en daar komt nog spontaan munt op.” Sinds 2021 is het perceel omgetoverd tot tiny-housedorp. Het is een proeflocatie van de gemeente Rotterdam om te kijken hoe tiny wonen in de stad bevalt en of er op meer plekken ruimte voor moet komen. De gemeente schreef een soort wedstrijd uit: de groep die met het beste plan kwam voor off-grid (zelfvoorzienend) samenleven, mocht hier tien jaar komen wonen. De community ‘De Kleine Burg’ kwam als winnaar uit de bus.

“Wij hadden het meest realistische plan over hoe we alles gingen oplossen met off-grid voorzieningen. En ik denk dat we een streepje voor hadden omdat we al een groep waren”, vertelt Berdi. “De grootste uitdaging als je tiny wilt gaan wonen, is het vinden van een plek. Daarom was ik lid geworden van verschillende tiny-house-initiatiefgroepen. De Kleine Burg kwam voort uit één van die grotere groepen.”

Berdi ontwierp haar eigen tiny house | Foto: Bart Maat

Huizen van hout

Inmiddels staan we voor het tiny house van Berdi. Eigenlijk zijn het er twee: die van haar en die van haar dochter. “Wanneer ze op zichzelf gaat wonen, kan ze haar eigen huisje meenemen.” Berdi’s huis heeft een oppervlakte van 23 m2, die van Elze 12 m2. “Ze kan haar tiny house nog uitbreiden. We hebben allebei een gat in de badkamer gemaakt en de huisjes aan elkaar gekoppeld.”

Berdi maakte met papier, lijm en karton een maquette van haar tiny house en liet het bouwen in een loods. De afwerking, zoals de gevelbekleding, deed ze zelf. Haar ex-man bouwde het huis van hun dochter Elze. Beide tiny houses zijn van hout (vuren en douglas), met een stalen frame eronder. Zoals de meeste huisjes in het dorp. “Mijn huis is vier meter hoog, de maximale hoogte die je over de weg mag vervoeren. Gek gezicht hoor, als je je huis over de weg ziet rijden.”

Ook enkele andere bewoners lieten hun huis in een loods bouwen en vervoerden het op een dieplader naar ‘De Kleine Burg’. De meeste dorpelingen bouwden hun huis zelf op de locatie. Drie buurmannen zijn zo zelfs een professioneel tiny house-bouwbedrijf begonnen: Kleine Klussers.

De meeste dorpelingen bouwden hun huis zelf | Foto: Bart Maat

Wat kost wonen in een tiny house?

  • De mensen die hun huis zelf bouwden met grotendeels tweedehands materialen, waren voor zo’n € 20.000 klaar.
  • De tiny houses van Berdi en Elze kostten samen € 100.000.
  • De huur voor de grond bedraagt € 260 per maand per huishouden.
  • In elektra- en waterinstallaties investeerden de buren ieder € 5.000, verbruikskosten hebben ze niet. Wel betalen ze de gemeentelijke belastingen voor het riool.
  • Iedere maand zetten de dorpelingen € 25 apart voor gezamenlijke kosten.

Berdi: “Al met al zijn mijn vaste lasten minimaal. Ik heb nu meer tijd om te leven, ik werk 28 uur.”

Zelfvoorzienend leven van regenwater en de zon

Zittend op de houten veranda schuift Berdi ons een mok met dampende koffie voor. Een wel héél exclusief bakkie: het is gezet met gezuiverd regenwater. Berdi wijst naar het dak: “We vangen hier allemaal water op ons eigen dak op, dat loopt via de regenpijp naar een watertank die onder het huisje ligt ingegraven.” We blijken bovenop Berdi’s drinkwatervoorraad van 1.500 liter te zitten. Het water gaat door vier filters voordat het uit de kraan komt. Berdi: “Voor de zekerheid kook ik het altijd nog voordat ik het drink.”

Berdi zet koffie van gezuiverd regenwater | Foto: Bart Maat

Het opgevangen regenwater gebruiken de bewoners ook om te douchen en twee huishoudens draaien hun wasmachine ermee. Berdi en andere bewoners gaan naar de wasserette. Berdi: “Vorig jaar, met die droogte, werd het penibel: toen douchte ik bij de tennisbaan. Dit jaar hebben we nog geen watertekort gehad.”

En het doorspoelen van toiletten? Dat doen deze Rotterdammers niet: ze hebben een composttoilet waarin poep en plas gescheiden wordt opgevangen. Grote boodschappen worden verwerkt tot compost voor de moestuin en de plas vloeit - nu nog - weg naar het riool.

Berdi: “In ons plan staat dat we ons afvalwater op een natuurlijke manier in helofytenfilters gaan zuiveren - een soort vijvers met riet, zand- en grindlagen en een pomp. Daar ging het waterschap voor liggen: ze zijn bang dat het water niet zuiver genoeg uit de filters komt. Daarom zijn we tijdelijk op het riool aangesloten. We voeren nu veel gesprekken, ook met de provincie, om aan te tonen dat deze manier van zuiveren wel schoon genoeg is.”

De elektrische auto wordt gekoppeld aan de smart grid | Foto: Bart Maat

Op de daken liggen zonnepanelen, overschotten aan stroom worden gedeeld via een smart grid: in een zwarte zeecontainer staan de omvormers en de batterijen. “Op zonnige dagen kan iedereen zijn lol op met de elektra”, zegt Berdi. “In de winter kunnen we zo’n drie dagen vooruit met de batterijen. De eerste winter deden we de koelkasten uit, de elektriciteit eraf na tien uur ‘s avonds: en nog kwamen we niet uit. We kochten een elektrische auto, die we in de buurt opladen om die stroom terug te leveren aan onze smart grid. Dat werkt goed. Het voelt als smokkelen, maar in Nederland is er gewoon niet genoeg zon.”

Minder spullen en meer groen

Als we een rondleiding door het dorpje krijgen, komen we Parel (40) tegen. Haar deuren staan wagenwijd open, haar twee kinderen springen op een trampoline. “Je leeft hier binnen en buiten tegelijk. We hebben minder vierkante meters dan toen we in de binnenstad woonden, maar voelen ons nu veel vrijer”, vertelt ze. “We wilden graag meer groen om ons heen. En ik voelde me altijd al aangetrokken tot kleinere huizen, waar je al je bezit in één oogopslag kunt overzien. Mijn man wilde bovendien graag een keer zijn eigen huis bouwen. Dat is veel makkelijker met een klein huis.”

Parel: “Minder vierkante meters, maar een vrijer gevoel” | Foto: Bart Maat

Ook Berdi leverde graag woonoppervlakte in voor meer groen en minder bezit. Ze woonde voorheen in een groot huis in Dordrecht. “Het minimalistische trok me; hoe minder spullen, hoe minder zorg. Het is hier heel erg fijn. Ik woon graag in het groen, maar ik ben ook een stadsmens. Met mijn elektrische fiets zit ik binnen twintig minuten in de binnenstad.”

Dat ze op een tijdelijke locatie woont, vindt ze geen probleem: “Ik wil mijn huis juist kunnen verplaatsen, wie weet wil ik over een paar jaar ergens anders wonen. Dan neem ik m’n huis gewoon mee.”

Duurzame waarden

Berdi: “Iedereen leeft hier op zijn eigen manier. De een gaat wat verder in duurzame oplossingen dan de ander: het huisje verderop heeft bijvoorbeeld geen koelkast, maar een groundfridge - een gat in de grond met een deksel erop. We delen wel dezelfde waarden: iedereen wil bijdragen aan een oplossing voor klimaatverandering. Zo genieten we allemaal als de zon schijnt, maar óók als het flink regent; het voelt fijn om van de elementen te leven.”

Ook qua voedselvoorziening willen de buren zelfvoorzienender leven. In het midden van het dorp ligt een kruidenspiraal: een ronde tuin vol kruiden en ander eetbaar groen. Sommige bewoners telen groente bij hun huisje. En er komt nog een grote gemeenschappelijke kas.

Berdi kan recht voor haar deur kruiden, bonen en kool oogsten | Foto: Bart Maat

Met elkaar leveren de bewoners ook een bijdrage aan de biodiversiteit. “We planten hier zoveel mogelijk inheemse soorten”, vertelt Berdi. “En toen we hier een egel zagen, ging iedereen googelen: 'Wat hebben egeltjes nu nodig?’ We hebben zelfs een ijsvogel, bij het water hierachter.”

Sociocratische besluitvorming en organisatie

Om belangrijke beslissingen te nemen maakt de groep gebruik van sociocratische besluitvorming: dat betekent dat een besluit alleen genomen wordt als niemand bezwaar heeft. Wie het oneens is moet wel met zwaarwegende argumenten komen. “Tot nu toe komen we er altijd uit”, zegt Berdi.

Voor de gezamenlijke taken organiseren de Rotterdammers zich in groepen met een specifiek thema: zo zorgt de groengroep voor het gemeenschappelijke groen door bijvoorbeeld een maandelijkse samenwerkdag te organiseren. Berdi zit in de communicatiegroep, die onder meer open dagen voor buurtbewoners en tiny house-geïnteresseerden organiseert.

De buren delen veel met elkaar, zoals dit dorpspleintje | Foto: Bart Maat

De bewoners delen veel spullen, zoals grasmaaiers en stofzuigers. Op een klein dorpspleintje eten of borrelen ze soms spontaan samen. En binnenkort trouwt er zelfs een Kleine Burg-koppel: Bas (34) en Britt (27). We zien ze samen aan de waterkant klussen aan een houten prieeltje. Britt glundert: “Op deze plek vroeg hij me ten huwelijk, in september gaan we hier trouwen.” 

Bewoners Bas en Britt trouwen hier binnenkort | Foto: Bart Maat

Open dagen en tiny house inspiratie

Lust jij ook wel een bakkie van gezuiverd regenwater en werp je graag een blik in de tiny houses op ‘De Kleine Burg’? Dat kan! De bewoners organiseren regelmatig open dagen, waar je van harte welkom bent. Ze leiden je rond en delen met liefde hun tiny woonervaringen. Kijk voor data en meer informatie op hun website of Instagram.