Maar de waarheid is: er is heel veel dat we nog niet over weten over de CO2-impact van vis. Margreet van Vilsteren, oprichter van Good Fish (maker van de VISwijzer): “Wij hebben ruim 2.500 vissoorten in onze database staan en van slechts een handjevol is de precieze CO2-impact bekend.” Met andere woorden: de mens eet talloze vissoorten, die op verschillende manieren gevangen of gekweekt worden en over verschillende afstanden getransporteerd worden. De conclusies van de University of Oxford zijn dan ook behoorlijk generiek, terwijl het verschil tussen de ecologische voetafdruk van twee visproducten net zo groot kan zijn als het verschil tussen die van rundvlees en kip.
Wat weten we wel? Een voorbeeld: garnalen uit Azië, Afrika en Midden- en Zuid-Amerika zijn, met 18,19 kilo CO2-uitstoot per 100 gram eiwitten, behoorlijk milieubelastend. Voor garnalenkweek worden mangrovebossen (die veel CO2 opnemen) vaak vernietigd én de garnalen worden vaak per vliegtuig vervoerd. Bij mosselen is dat een heel ander verhaal. De CO2-voetafdruk van deze schelpdiertjes is zes keer lager dan die van garnalen en kip. En een mosselburger heeft zelfs een lagere CO2-impact dan een vegetarische burger van Beyond Meat, berekende de Good Fish, terwijl de nutritionele waarde hoger ligt.
Overbevissing en bijvangst
Van veel vissoorten is de precieze CO2-impact vooralsnog dus een black box. Hoe bepaal je dan hoe (on)duurzaam visproducten eigenlijk zijn? Een belangrijke graadmeter is overbevissing. Verschillende vissoorten hebben het ontzettend zwaar. Het International Council for the Exploration of the Sea (ICES) berekende in 2021 bijvoorbeeld dat de kabeljauw-populatie in de Noordzee sinds 1970 daalde met 80 procent. Ze adviseerden toen dan ook om kabeljauwvangst in sommige delen van de Noordzee tijdelijk stop te zetten. Maar ook verschillende soorten paling worden door overbevissing inmiddels met uitsterven bedreigd. “Het advies uit de wetenschappelijke wereld is dan ook om paling helemaal niet meer te vangen”, zegt Van Vilsteren. “De enige reden dat het nog wel gebeurt, is omdat het volgens de wet wel gewoon mag.”
Overbevissing zorgt er dus voor dat meerdere vispopulaties ineen storten en zelfs met uitsterving bedreigd worden. En dát heeft weer verregaande gevolgen voor mariene ecosystemen. Gezonde groei van koraalriffen is bijvoorbeeld afhankelijk van algen-etende vissen, die koraal op die manier schoon houden en de groei ervan stimuleren. Maar als die vissen er (door overbevissing) te weinig zijn, worden koraalriffen dus kwetsbaarder.
Ook bijvangst is een belangrijk probleem in de wereldwijde visserij. Neem sliptong: van al het zeeleven dat een sliptongvisser vangt, is maar liefst 85 procent bijvangst. Die bijvangst wordt doorgaans teruggegooid in zee. Dat klinkt misschien goed, maar volgens Milieu Centraal is de overlevingskans van deze mariene diersoorten, van andere vissen tot schelpdieren, een magere 15 tot 30 procent. Dat is een heel ander verhaal bij bijvoorbeeld haring. “Haringen zwemmen in grote scholen, waardoor je er efficiënt en veel tegelijkertijd kan vangen, zonder te veel schadelijke bijvangst. En je hoeft er ook geen zware netten voor over de zeebodem te slepen”, aldus Van Vilsteren.
Hoe worden visproducten gevangen of gekweekt?
Een andere belangrijke pijler die de duurzaamheid van visproducten bepaalt, is de manier waarop ze gevangen of gekweekt zijn. Bij wilde vis staat boomkorvisserij (het slepen van netten over de zeebodem om platvissen te vangen) bijvoorbeeld te boek als een niet-duurzame vorm van visserij. Dat heeft te maken met de hoeveelheid bijvangst die ermee gepaard gaat, maar ook omdat het de zeebodem (de leefomgeving van veel mariene diersoorten) beschadigt. Daarnaast staat longline-visserij slecht te boek, waarbij kilometerslange lijnen uitgegooid worden, met haken en aas eraan. Van Vilsteren: “De longline is misschien wel de meest schadelijke manier om tonijn te vangen. Soms bestaat meer dan de helft van de vangst uit bijvangst van andere vissen, zeeschildpadden, haaien, roggen of zeevogels.” Fuiken voor vissen en korven en vallen voor schaaldieren zijn milieubewustere vormen van visvangst, vervolgt ze: “Ze hebben weinig impact op het ecosysteem en de overlevingskans van bijvangst is relatief hoog.”
Tekst gaat verder onder de afbeelding.