Soorten thuisbatterijen
Er zijn 4 soorten thuisbatterijen: Lithium-ijzerfosfaat (LFP), zoutwater, lithium-ion en loodzuur. Elke soort batterij heeft voordelen en nadelen. De meeste batterijen hebben een capaciteit van 5 tot 10 kWh. Ter vergelijking: een gemiddeld huishouden verbruikt ongeveer 7 kWh per dag.
Lithium-ionbatterijen zijn, vergelijken met de andere accu's, compact en hebben toch een relatief grote opslagcapaciteit: handig als je weinig ruimte hebt. Ze gaan ongeveer 15 tot 20 jaar mee. Het nadeel: ze zijn brandgevoelig en niet milieuvriendelijk. Het kost namelijk veel energie om de grondstoffen te winnen en er zit kobalt in, een schaarse grondstof waar bij de winning ook andere schadelijke stoffen vrijkomen.
Loodzuuraccu's, die gebruik maken van de chemische reactie tussen onder meer lood en zwavelzuur, ken je misschien uit je auto. De techniek heeft zich dus al jarenlang bewezen. Deze accu's zijn goedkoper maar gaan ook minder lang mee, ongeveer 8 tot 10 jaar. Ook kunnen ze verhoudingsgewijs weinig energie opslaan.
Een 3e optie is een zoutwaterbatterij. Zo'n batterij bestaat uit 2 vakken, een met zout water en één met zoet water. Als de batterij wordt opgeladen, dan worden zoet en zout gescheiden. Als de twee elkaar raken, ontstaat elektriciteit. Het nadeel: de batterijen zijn groot en slaan relatief weinig energie op ten opzichte van hun formaat.
En dan is er nog een lithium-ijzerfosfaat (LFP) batterij. In een LFP zit geen kobalt maar ook deze batterijen zijn slecht voor het milieu en nemen meer plek in. De levensduur is 15 tot 20 jaar.