
Na bijna 300 jaar besloot de gerenommeerde Engelse universiteit King’s College in hartje Cambridge hun strakke gazon deels niet meer te maaien. Er ontstond een bloeiende weide vol korenbloemen, klaprozen en madeliefjes. Van de 84 plantensoorten waren er 33 ingezaaid. De rest kwam spontaan op. Onderzoekers vonden op de wilde weide 3 keer meer soorten planten en 3 keer meer insecten dan op het resterende grasveld. Mooi voor de natuur dus, dat niet-maaien.
Zo veranderen er wereldwijd steeds meer stukjes stads steen in wilde natuur, dankzij urban rewilding. En dat geeft meer voordelen voor mens en natuur dan je zou denken.
Wat urban rewilding eigenlijk is
In grootschalige natuurgebieden wordt sinds de jaren ‘90 aan rewilding gedaan: daar krijgen natuurlijke processen de ruimte en de tijd zodat de natuur zichzelf kan herstellen. Deze vorm van natuurbeheer wordt sinds een jaar of 10 ook in steden toegepast en heet urban rewilding. Het is niet zo dat de hele boel verwaarloosd wordt, de natuur mag verwilderen binnen kaders die bij die plek en de gebruikers passen. Denk bijvoorbeeld aan een geveltuintje waarin spontaan opkomende boterbloemen mogen blijven bloeien.
Foto: Jasmine Groenendijk
Volgens planoloog Beau Lagarde – expert op het gebied van urban rewilding, die zich namens NL Greenlabel inzet om het op grote schaal toe te passen in onze ruimtelijke omgeving – bestaat er geen standaard recept voor urban rewilding: “In stedelijke gebieden proberen we zo mogelijk de originele omstandigheden, zoals tijdens een ontwikkeling het bodemtype, te herstellen en gebiedseigen plantensoorten die daar van origine groeien te herintroduceren. Maar er is ook vooral ruimte voor vegetatie die spontaan komt aanwaaien, nieuw spontaan groen past in principe altijd bij nieuwe stedelijke condities en kan daarmee ook worden gezien als een waardevolle gebiedseigen vorm van plantengroei.”
Waar woekerend groen goed voor is
Wilde stadsnatuur maakt plekken fijner en gezonder om te verblijven en te wonen – voor planten, dieren én mensen.
Meer biodiversiteit, juist midden in de stad
Spontane begroeiing geeft de biodiversiteit in versteende gebieden een boost: planten en dieren die op steen en beton niets meer te zoeken hadden, keren graag terug naar dat groen. Wilde planten zorgen voor variatie in hoogte, bloei en structuur. En juist die variatie trekt leven aan, omdat het voor voedsel en leefgebieden voor verschillende dieren zorgt, zoals insecten en vogels. Zelfs kleine stukken groen doen ertoe; ze vormen een springplank voor dieren om van het ene stukje natuur naar het andere te komen.
Een bij snoept van de overblijvende ossentong. Foto: Jasmine Groenendijk
Klimaatproof
Vooral steden hebben last van hitte in de zomer, doordat steen en asfalt warmte vasthouden. Wilde stadsnatuur helpt het hitte-eilandeffect (wat inhoudt dat het in steden warmer is dan in landelijke gebieden) verminderen. Op warme dagen zorgen planten voor schaduw en verdamping, waardoor de temperatuur lager blijft. Bovendien ontdekten de onderzoekers bij King’s College in Cambridge dat de wilde weide 25 procent meer zonlicht weerkaatst dan het gemaaide gazon, wat een verkoelend effect geeft.
Een andere klimaatopsteker: bij hoosbuien kan het water op groene plekken in de bodem zakken in plaats van linea recta het riool in te stromen. En planten filteren nog luchtvervuiling uit de lucht ook.
Minder onderhoud, lagere kosten
Een plant die vanzelf opkomt op een droge, stenige plek heeft blijkbaar precies de juiste eigenschappen om daar te overleven. In tegenstelling tot veel aangeplante (sier)soorten, die kwetsbaarder zijn en regelmatig vervangen moeten worden. Ook zijn verwilderde gebieden zelfregulerend doordat de biodiversiteit hoger is. Dat brengt natuurlijke plaagbestrijders met zich mee, wat pesticiden overbodig maakt. Ook water geven, snoeien, maaien en wieden hoeft niet. Dat scheelt een hoop werk en geld.
Spontaan opgekomen kruipklokje. Foto: Jasmine Groenendijk
Ook goed voor mensen
In een wijk waar niet alles strak aangeharkt is, valt meer te ontdekken. Zeker op plekken waar bewoners mogen meedenken en meedoen, zoals in een gezamenlijke binnentuin. Daar groeit niet alleen het groen, maar ook het gevoel van saamhorigheid. Mensen begrijpen beter waarom het er lekker rommelig uitziet. Dat is belangrijk, want urban rewilding werkt alleen als mensen het verhaal achter de weelderigheid kennen.
Doordat de natuur letterlijk de stad in kruipt, komen mensen er vanzelf weer dichterbij te staan. Dat zorgt voor meer bewustzijn, meer waardering én een sterkere band met de natuur – iets waar ook toekomstige generaties van profiteren.
Hier kom je (stukjes) wilde stadsnatuur tegen
Wereldwijd zijn er spetterende voorbeelden van urban rewilding te vinden. Het Benjakitti Forest Park in het hart van Bangkok bijvoorbeeld (dat prijkt op de foto boven dit artikel). Wat ooit het terrein van een tabaksfabriek was, is nu een jungle midden in de stad, compleet met moeras. Een ecosysteem dat regenwater beheerst, de biodiversiteit boost, afvoerwater filtert en waar inheemse planten volop de ruimte krijgen om terug te keren.
De Supertrees in Singapore.
Singapore staat bekend als 'Stad in een tuin’. De stad heeft de lokale natuur hersteld met groene gevels en daken, 150 kilometer aan 'Nature Ways' – die een regenwoud nabootsen en 18 ‘Supertrees’. Tegen deze 50 meter hoge kunstmatige bomen groeien meer dan 150.000 verschillende planten. De ‘Supertrees’ filteren regenwater, wekken zonne-energie op en geven schaduw.
Maar ook in ons land schiet urban rewilding steeds meer wortel. Vaak zijn het toevalligheden, een stokroos die spontaan opkomt en mensen laten staan of een verwilderd geveltuintje. Maar steeds meer gemeenten omarmen urban rewilding en stimuleren verwilderingsprojecten.
Breda streeft er bijvoorbeeld naar om een ‘stad in een park’ te zijn. Een voorbeeld van een urban rewildingsproject is het vergroenen van de binnentuin aan de Vuchtstraat door onder andere woningcorporatie Alwel. Spontaan groen zoals hondsdraf en paardenbloemen worden afgewisseld met een ingezaaid kruidenmengsel. De bewoners namen actief deel aan het proces, van ontwerp tot uitvoering. Belangrijk volgens Beau Lagarde, die meewerkte aan de wilde binnentuin: “Urban rewilding is altijd het vinden van een compromis tussen de behoeften van mens en natuur, draagvlak creëren is daarom het belangrijkst. In de binnentuin staat een bord waarop uitgelegd wordt waarom de tuin er zo weelderig uitziet.”
De gemeenschappelijke tuin in de Vuchtstraat met informatiebord. Foto: Beau Lagarde
In Nijmegen wordt het industriële Nyma-terrein, waar ooit een kunstzijdefabriek stond, omgetoverd tot hotspot voor cultuur, ambacht, sport, maar ook wilde stadsnatuur. De natuur krijgt hier en daar een zetje – zo worden bijvoorbeeld beton en steen weggehaald – maar de bedoeling is dat de meeste vegetatie op eigen kracht ontstaat.
Kelvin Klaassen geeft regelmatig rondleidingen over het terrein: “Wij zitten met het project nu in het vierde jaar. Er is al duidelijk te zien hoe de natuur reageert op vrij spel om te groeien en bloeien. Zo hebben we wat struiken en ruigte, met veel meidoorn, braam en vlier, en hier zit sinds dit voorjaar een mannetje nachtegaal te zingen. Voor een terrein dat in de stad ligt is dat superbijzonder. Ook zoogdieren weten deze plek te vinden. Er lopen steenmarters, hazen en konijnen rond, en een vos heeft in de buurt een burcht. Zo veel te zien!”
Stadsnatuur op het Nyma-terrein in Nijmegen. Foto: Kelvin Klaassen
Zo kun je zelf aan urban rewilding doen
Voor urban rewilding is niet veel ruimte nodig. Wilde natuur vindt haar weg wel, zelfs naar een bloempot op een balkon. Als urban rewilding-aanjager laat ook Beau zijn bloempotten zoveel mogelijk ongemoeid: “Bij mij groeien er verschillende grassoorten, paardenbloemen, vogelmuur en nog veel meer in. Wilde kamperfoelie heb ik er zelf ingezet.”
In zijn tuin haalde Beau de tegels eruit. Vervolgens reed hij vooral niet naar het tuincentrum. “Ga op je handen zitten, observeer wat er op komt, hoe dat door de seizoenen heen verandert en welke insecten en kleine zoogdieren daar op afkomen. Je kunt ze opzoeken met de app Obsidentify. Wees nieuwsgierig en verwonder je.”
Beau zijn wilde tuin. Foto: Beau Lagarde
Gaat een plant erg woekeren, dan mag je best ingrijpen. En je kunt ook wat hoekjes laten verwilderen, in plaats van je complete tuin. Beau: “Bedenk wel dat juist een tuin zonder tegels met spontaan groen onderhoudsvrij is.”
“Verwacht niet direct allemaal prachtige bloemen. Er zullen ook zeker wat minder duidelijk bloeiende planten tussen zitten, binnen enkele jaren volgen ook andere soorten zoals bloemen, ruigte, beginnende struikjes en kleine boompjes zoals boswilg en gewone esdoorn. Zo leer je het kleine waarderen."

