Het aantal elektrische auto’s op de Nederlandse wegen stijgt de laatste jaren razendsnel. In 2020 reden er nog 145.000 volledig elektrische auto’s rond, maar in 2021 was dat aantal al gestegen naar ruim 216.000. Ook het aantal mensen dat elektrisch rijden overweegt, neemt gestaag toe. Uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland blijkt dat 25 procent van de Nederlanders binnen vijf jaar die overstap wil maken. En door de stijgende prijzen voor fossiele brandstoffen zal dat percentage ongetwijfeld blijven stijgen.
Daardoor neemt het aantal laadpunten de laatste jaren natuurlijk ook snel toe. Sterker nog, Nederland heeft de hoogste laaddichtheid van Europa. Toch blijkt dat niet genoeg om het aantal elektrische auto’s bij te benen en de druk op het laadnetwerk wordt groter en groter. Wie binnenkort elektrisch gaat rijden, doet er dan ook goed aan om zijn/haar ‘laadzaakjes’ goed (en tijdig!) op orde te hebben. Maar hoe doe je dat? En waar moet je op letten? Marco van Eenennaam, expert op het gebied van elektrisch rijden bij de ANWB, deelt de belangrijkste tips en adviezen.
Een laadpunt op je eigen parkeerplek
Wie over een eigen parkeerplek beschikt (ongeveer 41 procent van de Nederlanders) heeft geluk. Je bent immers altijd verzekerd van een plekje én je bent het goedkoopste uit. Het tarief van je elektriciteitsleverancier is doorgaans namelijk wat lager dan het laadtarief dat je bij publieke laadpalen betaalt. Nadeeltje: je bent zelf verantwoordelijk voor de aanschaf en installatie van een laadpunt en dat is niet gratis.
Volgens Van Eenennnaam liggen de kosten van een laadpunt tussen de 500 en 1500 euro. Dat hangt van allerlei factoren af. “Kies je voor een wallbox of een laadpaal? En ga je voor een stukje design of geef je daar weinig om? Dat heeft invloed op het uiteindelijke prijskaartje”, aldus Van Eenennaam. Wat de prijs echter vooral bepaalt, zijn het laadvermogen en de functionaliteiten.
Vermogen van je laadpaal bepalen
Bij het kiezen van het juiste laadvermogen zijn twee zaken belangrijk: hoeveel vermogen je woning aankan en hoe snel je elektrische auto kan bijladen. Sommige stekkerauto’s kunnen bijvoorbeeld 70 kilometer per uur ‘bijtanken’, maar dat kan alleen aan een laadpaal met een vermogen van 11 kilowatt of hoger. Andere elektrische auto’s laden slechts 20 kilometer per uur bij en dan volstaat een goedkoper laadpunt van 3,7 kilowatt.
Overigens hoeft het vermogen van je laadpaal niet perse aan te sluiten op het maximale laadvermogen van je auto, benadrukt Van Eenennaam: “Als je het belangrijk vindt dat de batterij binnen een paar uur kan oplaadt, is een laadpaal met hoger vermogen zeker het overwegen waard (mits je elektrische auto dat ook aankan, red.). Maar staat je auto meestal de hele nacht en dus urenlang aan de laadpaal? Dan volstaat een lager vermogen ook.”
Bij hogere vermogens is het belangrijk om te controleren of je woning dat wel aankan. Het opladen van je elektrische auto kan namelijk al snel de helft van de stroomcapaciteit van je woning in beslag nemen. Dat hangt af van de stroomsterkte van je aansluiting op het elektriciteitsnet en het aantal fasedraden van die aansluiting. Klinkt ingewikkeld? Geen zorgen, die informatie is gewoon terug te vinden op je meterkast of de jaarrekening van je energieleverancier. In een notendop: hoe hoger de stroomsterkte van je aansluiting, hoe hoger het maximaler vermogen van je laadpunt. En bij een 3-fasenaansluiting ligt het maximale laadvermogen een stuk hoger dan bij een 1-faseaansluiting.
Meer weten? Lees dan dit artikel van de ANWB: 1-faseladen of 3-fasenladen, hoe zit dat?