
Zo werkt ASN Bank aan een mooiere toekomst
Met geld bouwt ASN Bank aan de toekomst van ons allemaal. Door te investeren met oog voor mens, dier en natuur dragen we bij aan een duurzamere wereld. Lees hoe we dat precies doen.
Het is moeilijk voor te stellen dat de drinkwatervoorziening in Nederland, omringd door water, onder druk kan komen te staan door een paar graden temperatuurstijging, veranderingen in het neerslagpatroon of wat ondiepere rivieren. Toch is niets minder waar. Dit komt doordat ons kraanwater vrijwel geheel afkomstig is uit twee bronnen: grond- en oppervlaktewater. Beide zijn gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering.
Grondwater is goed voor zo’n 55 procent van ons totale drinkwater. Dit is regenwater dat langzaam de bodem in sijpelt, zo’n 40 tot 300 meter diep. Onderweg nemen de regendruppels mineralen op en wordt het door de grond gezuiverd. Daarom is het van nature al vrij schoon. Maar door klimaatverandering, in het bijzonder aanhoudende droogte en te weinig neerslag, daalt het grondwaterpeil en drogen sommige ondergrondse bronnen uit.
Vooral de hoge zandgronden, de gebieden in het oosten en zuiden van Nederlanden, hebben hier last van. Omdat hier geen grote rivieren door stromen, is deze regio volledig aangewezen op de ‘eigen’ grondwatervoorraad. En de grondwatervoorraad is afhankelijk van de jaarlijkse neerslag. Met name boeren in dit gebied ondervonden eerder dit de problemen van het (extreem) warme weer. In mei liepen landbouwers tegen een sproeiverbod aan dat was ingesteld door waterschap De Dommel. Hiermee wilde het waterschap de waterstand in beken en sloten op peil houden en zo planten en dieren beschermen. Nooit eerder werd zo’n verbod al zo vroeg in het jaar ingesteld, volgens het waterschap.
Een ondiepe Maas, hier afgebeeld bij Maastricht, bedreigt de drinkwatervoorziening. | Foto: Kleon3 via Wikicommons Media
Het overige deel van ons drinkwater, zo’n 45%, is gezuiverd oppervlaktewater. Denk hierbij aan de grote rivieren die door ons land stromen, met name de Maas en de Rijn, maar ook het IJsselmeer. Dit smelt- en regenwater is voor een groot deel uit andere Europese landen afkomstig en stroomt via ons land de Noordzee in. Dit is een belangrijke en goedkope bron voor kraanwater.
Zo halen drinkwaterbedrijven alleen al uit de Maas jaarlijks 500 miljard liter water. Dit is goed voor de kraanwatervoorziening van zo’n zeven miljoen mensen in Nederland en België. Maar de afgelopen jaren daalde dit aantal gestaag: van de laatste vijf jaren waren er namelijk vier erg droog. De lage waterstand en zorgen over de impact van klimaatverandering waren aanleiding voor RIWA-Maas, een vereniging van drinkwaterbedrijven, om te onderzoeken wat de gevolgen van een ondiepe Maas zouden zijn op de drinkwatervoorziening.
Wetenschappers van Deltares voerden het onderzoek uit en kwamen tot de conclusie dat de lage waterstand het kraanwater in het gebied bedreigt. Dit komt, omdat bij laagwater de rivier extra kwetsbaar is voor industriële lozingen. Hoe ondieper de Maas, hoe hoger de concentratie vervuiling en hoe minder goed die kan worden afgevoerd. Hierdoor zullen drinkwaterbedrijven in de toekomst vaker een tijdelijke stop moeten zetten op de inname van water uit de Maas.
Kraanwater is nu vanzelfsprekend, maar blijft dat ook zo? | Foto: Bluewater Sweden via Unsplash
Een tekort aan drinkwater, en zoetwater in het algemeen, veroorzaakt meerdere problemen.
Allereerst is zoetwater een basisbehoefte voor mensen, planten en dieren om te overleven. Schaarste kan ernstige gevolgen hebben. Dit is zorgwekkend, gezien de verwachte stijging in de wereldbevolking en de beperkte hoeveelheid aan drinkbaar water op aarde. Slechts 0,5 procent van al het water op aarde is geschikt als drinkwater. Om je een voorstelling te geven hoe weinig dat is: als de wereldvoorraad water slechts 100 liter zou zijn, dan zou de bruikbare voorraad zoetwater slechts 0,005 liter (een halve theelepel) bedragen.
Daarnaast leidt zoetwaterschaarste ook tot verzilting (het steeds zouter worden) van bodem- en oppervlaktewater. Dit heeft serieuze gevolgen voor natuurgebieden, het landschap en de landbouw. Je kunt immers geen gewassen telen op zout grondwater. Volgens de Wageningen University & Research is verzilting een van de meest onderschatte gevolgen van klimaatverandering, Dit heeft gevolgen voor de landbouw. Als het grondwater verzilt, dan wordt ook het irrigatiewater zouter. Als gevolg daarvan zijn de oogsten van waterintensieve gewassen, zoals aardappelen, uien en bloembollen, een stuk minder. Lagere voedselproductie zal nog niet meteen tot voedseltekorten in Nederland leiden, maar bij langdurig watergebrek zullen boeren wel moeten sluiten of zich verplaatsen.
Ten slotte leidt ook de binnenvaart, en daarmee de Nederlandse economie, onder waterschaarste. Zo daalde op 18 augustus dit jaar de waterstand van de Rijn tot 6,48 meter boven NAP - het laagste punt ooit gemeten. In 2018 zakte het peil tot een vergelijkbaar niveau, waardoor de binnenvaart lam kwam te liggen. De economische schade in Nederland bedroeg zo’n 300 miljoen euro, volgens econoom Martijn Streng.
De Rijn zakte op 18 augustus 2022 tot haar laagste punt ooit: 6,48 meter boven NAP. | Foto: Sander Weeteling
De lage waterstand van de afgelopen maanden zijn momenteel nog uitzondering, niet de norm. Maar door klimaatverandering neemt de kans hierop in de toekomst alleen maar toe. De opwarming van de aarde en een tekort aan regenval gedurende warme periodes, zal leiden tot lagere waterpeilen in onze rivieren. Daarnaast zorgt een stijgende zeespiegel en bodemdaling voor de verzilting van ons bodemwater, waardoor opgeslagen zoetwater steeds minder bruikbaar wordt.
Volgens het laatste onderzoek van de wetenschappers van het klimaatpanel IPCC is verdere opwarming van de aarde onvermijdelijk. Binnen twee decennia zal de temperatuur 1,5 graden hoger zijn dan in 1900. We moeten ons dus voorbereiden op een toekomst waarin zoetwaterschaarste een serieus probleem kan worden.
De grote vraag: welke maatregelen kunnen we nu nemen om te voorkomen dat we in de toekomst tegen zulke tekorten aanlopen?
Om te voorkomen dat er in de toekomst zoetwaterschaarste ontstaat, neemt de overheid nu verschillende maatregelen. Deze plannen zijn samengevat in het Deltaprogramma Zoetwater. Elke zes jaar wordt het Deltaplan geactualiseerd. Fase 1 werd eind 2021 grotendeels afgerond, waarin werd onderzocht hoe op korte termijn de Nederlandse zoetwatercapaciteit kon worden verhoogd. Momenteel loopt fase 2 (2022-2027), waarin concrete maatregelen worden geïmplementeerd.
Een kort overzicht van de belangrijkste plannen voor de komende vijf jaar om zoetwatertekort tegen te gaan:
Om verzilting van de Afsluitdijk tegen te gaan, gaat het Rijk erosieputten bouwen. | Foto: MD van Leeuwen via Wikimedia Commons
Dit kun je zelf doen
De landelijke plannen bieden hoop voor de toekomst. Maar als we verdroging willen tegengaan, dan zullen we allemaal wat slimmer en zuiniger met water moeten leren omgaan. De gemiddelde Nederlander gebruikt namelijk zo’n 130 liter drinkwater per dag. Zo kun je gemakkelijk zelf water besparen:
Een regenton bespaart tot maximaal 52.000 liter op jaarbasis! | Foto: Waldemar Brandt via Unsplash
De maatregelen van de overheid en onze eigen inzet om minder water te verbruiken zijn hard nodig om de huidige zoetwaterproblemen te beheersen. Maar het belangrijkste blijft om bewust te blijven van de oorzaak van de problemen, en dus waar de enige echte oplossing ligt. Om ervoor te zorgen dat kraanwater vanzelfsprekend blijft in de toekomst, is het noodzakelijk om klimaatverandering tegen te gaan. Natuurlijk, alle kleine beetjes helpen, maar alleen als we de opwarming van de aarde beperkt kunnen houden, dan blijft Nederland niet alleen een waterland, maar ook een drinkwaterland.