Hoe werkt een warmtepomp?
Een warmtepomp werkt eigenlijk hetzelfde als een koelkast, maar dan omgekeerd. Terwijl je koelkast warmte van binnen naar buiten brengt, en dus koelt, brengt een warmtepomp juist warmte van buiten naar binnen.
Stapsgewijs werkt een warmtepomp als volgt:
- Stap 1: Neemt warmte-energie op uit water, lucht of grond
- Stap 2: Verhoogt de temperatuur door samenpersing (compressie)
- Stap 3: Geeft warmte af aan de verwarming in de woning
- Stap 4: Temperatuur daalt, druk wordt verlaagd (condensatie)
- Stap 5: Het proces begint opnieuw
De eerste stap in het proces is het opnemen van warmte uit de omgeving (water, lucht of bodem) met behulp van collectoren. Deze warmte wordt vervoerd naar de buiten-unit van de warmtepomp via een buizensysteem. Hierin vloeit een koelvloeistof die de opgepompte warmte opneemt. Ook in de winter neemt deze vloeistof warmte op.
Door het opnemen van de warmte verdampt de vloeistof. Het gas komt terecht in de compressor. Die perst al deze dampen samen, waardoor de temperatuur stijgt. De compressor is het enige onderdeel dat energie verbruikt in een warmtepomp. Je kan deze tweede stap vergelijken met de werking van een fietspomp. Houd je vinger maar eens op de pompmond terwijl je pompt. Je voelt al snel dat je duim warm wordt omdat de druk niet weg kan.
Als de damp warm genoeg is, komt hij in een condensor terecht. Hier geeft de opgewarmde koelvloeistof de warmte af aan het afgiftesysteem in de woning, bijvoorbeeld in de vorm van vloerverwarming of warm (tap)water.
Daardoor koelt de koelvloeistof af en wordt weer vloeibaar (condensatie). Via een drukverlager koelt de vloeistof nog verder af. Deze stap kan je vergelijken met een spuitbus die na enige tijd koud begint te worden.
Nu kan het vloeibare koudemiddel opnieuw warmte uit de omgeving opnemen. Het proces begint van voren af aan.