De rij voor de vers-belegde broodjes was lang. We schuifelden vooruit, de meeste mensen hielden met hun ene hand een dienblad vast en drukten met hun andere een telefoon tegen hun oor. Ik hoorde driftige zinnetjes in het Frans, Engels, Duits en Bahasa Indonesisch. Op deze klimaatconferentie, in het Zwitserse Davos, leek iedereen te gehaast om een lunchpauze te nemen.

In het congrescentrum in Davos heerste een sfeer van urgentie. Ik was uitgenodigd om er - als antropoloog - te spreken over de effecten van klimaatverandering op kwetsbare groepen mensen.  Samen met alle aanwezige academici, politici en lobbyisten hoopte ik bij te dragen aan wetswijzigingen, veranderingen: íets om de klimaatcrisis tegen te gaan.

En toen hield ik de rij op. Er duwde iets in mijn rug – een dienblad – en om mij heen hoorde ik geërgerd gefluister. De reden voor het oponthoud dat ik creëerde? Het bleek ab-so-luut niet mogelijk om iets vegetarisch te bestellen in het restaurant van het congrescentrum.  

Nooit simpeler
Achteraf heb ik weleens gedacht dat die situatie, waarin ik mij opgelaten voelde - maar meer nog: verbijsterd - in een notendop weergeeft wat de grootste barrière vormt in de strijd tegen klimaatverandering. Dat we onze toekomst nooit simpeler voor ons zien, maar altijd maar luxer. Dat we automatisch denken dat we méér innovaties nodig hebben, in plaats van minder.

De Zwitserse cateraar was bijvoorbeeld oprecht beledigd toen ik hem vroeg om een broodje pindakaas, een broodje met humus of desnoods wat rauwe groente. Ik moest begrijpen dat hij lúxe broodjes maakte, hij runde hier geen ouderwetse kantine maar een moderne kaart. Zijn broodjes kwamen standaard met twee soorten kaas en verschillende vleeswaren. Aan mij niet de keus óf ik die wilde, maar wélke ik wilde.

Dat de productie van zuivel en dierenvlees een van de grootste veroorzakers is van de klimaatcrisis, werd steevast benoemd tijdens de keynote-presentaties in Davos. In het restaurant dacht geen mens eraan. Net zoals niemand zich leek te storen aan het feit dat verreweg de meeste aanwezigen per vliegtuig naar de conferentie waren gereisd en dat de airco in hotelkamers standaard stond te loeien, ook als de desbetreffende kamer leeg bleef tijdens conferentie-uren.

Spijt van Davos
Ik had spijt van mijn komst naar Davos, concludeerde ik tijdens die lunchpauze. De treinreis naar Zwitserland was mooi geweest, mijn intenties heus goed. Maar deze conferentie deed het klimaat eerder kwaad. Mijn frustratie nam toe toen ik door de enorme hallen van het congrescentrum wandelde, kauwend op een uit Nederland meegebrachte mueslireep. Ik stond voor tientallen kraampjes, met daar achter vertegenwoordigers van bedrijven die allemaal beloofden een oplossing voor het klimaatprobleem te verkopen.

“Ik had spijt van mijn komst naar Davos, concludeerde ik tijdens die lunchpauze.”

Roanne van Voorst

Antropoloog

Volgens een Japans bedrijf schuilde die oplossing in het opzetten van een Virtual Reality bril. Hiermee kon ik zelf beleven hoe het was om in een rampgebied rond te lopen en de potentiële consequenties van de zeespiegelstijging te zien en te voelen. Het Duitse bedrijf ernaast bood een andere, peperdure oplossing aan: CO₂-neutrale bureaustoelen voor het hele personeel!

Mijn bezoek aan het Wereld Economisch Forum in Davos dateert van jaren geleden. Inmiddels is er ongetwijfeld veel ten goede veranderd (helemaal zeker weten doe ik dat niet, want ik volg de meeste conferenties tegenwoordig via Zoom).  Een bekende vertelde me recent dat broodjes humus inmiddels universeel verkrijgbaar zijn, zélfs in Davos. Van collega’s aan de universiteit weet ik dat steeds meer academici per trein naar conferenties reizen.

Onnodige innovaties
Maar de manier van denken over het type oplossingen dat nodig is voor radicale verandering, lijkt onveranderd. Ik word vrijwel wekelijks benaderd door conferenties die zogenaamd nodig zouden zijn om het klimaatprobleem op te lossen – vliegtickets worden vergoed. Mijn inbox aan de universiteit loopt dagelijks vol met berichten van hetzelfde soort start-ups als die ik in de conferentiehallen ontdekte: bedrijven die beloven de oplossing voor klimaatveranderingen in pacht te hebben en op zoek zijn naar steun.

Dit soort bedrijven presenteren CO₂-neutrale bureaus, circulaire kleding, kaas verpakt in nieuw, minder-milieuvervuilend materiaal. Opvallend genoeg betreffen die oplossingen altijd een nieuw product, een waarvoor nog slechts financiering nodig is, of een positief artikel in een academisch tijdschrift: wil ik niet eens een interview komen doen met het management, uiteraard geheel vrijblijvend?

Standaard nee
Mijn antwoord is de laatste jaren standaard nee. Omdat ik eigenlijk maar een vraag heb voor de verzender van dit soort reclame: is uw nieuw-bedachte uitvinding of samenkomst werkelijk nodig? Of creëeren we zo meer van dat, waar we al teveel van hebben, maar dan misschien met een modernere twist? Scherper gesteld: wat gebeurt er als u deze innovatie níet had bedacht? Als u dit internationale evenement niet zou organiseren?

Relatief beschouwd zal een nieuwe innovatie of activiteit vast zijn voordelen hebben ten opzichte van ouderwetsere pogingen. Maar wellicht is er een oplossing die simpeler, en ook nog eens goedkoper en schoner is: minder nieuwe dingen bedenken. Dus broodjes zonder drie soorten kaas, een bureau dat het nog prima doet (ook na tien jaar gebruik), een spijkerbroek die door de kleermaker hersteld is (zodat hij nog een paar jaar meekan), een vliegreis die niet wordt gemaakt (omdat een conferentie ook prima virtueel kan worden gevolgd) en altijd - maar dan ook altijd –  een eenvoudige mueslireep in de tas.